ECLI:NL:RBZWB:2024:361
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na te late beslissing op aanvraag aanvullende werkelijke schadevergoeding
Verzoekster stelde de Belastingdienst op 7 juli 2023 in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot aanvullende werkelijke schadevergoeding van 23 september 2021. Nadat verzoekster op 31 augustus 2023 beroep instelde tegen de te late beslissing, heeft de Belastingdienst alsnog op 14 september 2023 besloten op de aanvraag. Hierdoor trok verzoekster het beroep in, met het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling en concludeerde dat de Belastingdienst aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen. Op grond hiervan wees de rechtbank de proceskostenvergoeding toe, bestaande uit het griffierecht van €50,- en een proceskostenvergoeding van €437,50. De rechtbank verwierp het verzoek van de Belastingdienst om een lagere wegingsfactor toe te passen.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.P. Broeders op 22 januari 2024 en is openbaar gemaakt. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot betaling van €50,- griffierecht en €437,50 proceskosten aan verzoekster wegens te late beslissing.