Uitspraak
[eisers sub 1]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 31 mei 2024 uitspraak gedaan in meerdere bestuursrechtelijke beroepen tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw en het gebruik van een sporthal met acht binnenbanen voor padel, inclusief ondersteunende functies zoals fysiotherapie en horeca, op een perceel te Tilburg.
Eisers, omwonenden, stelden dat het college onterecht heeft afgeweken van het bestemmingsplan, met name ten aanzien van de afstand tot perceelsgrenzen, het bebouwingspercentage en de bouwhoogte. Tevens werd aangevoerd dat het geluidsonderzoek onvolledig was en dat de vergunning voor de binnen- en buitenbanen onterecht gesplitst was. De rechtbank oordeelde dat het college de vergunning terecht op grond van het Besluit omgevingsrecht en de beleidsregels heeft verleend, maar dat het besluit niet voldeed aan de vereisten van artikel 2.10, tweede lid, van de Awb vanwege het ontbreken van een vergunning voor het gebruik in strijd met het parkeerbestemmingsplan.
De rechtbank vernietigde het besluit en wees het college op de noodzaak een nieuw besluit te nemen, waarbij alle relevante belangen en bestemmingsplanregels in acht worden genomen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunning en draagt het college op een nieuw besluit te nemen.