ECLI:NL:RBZWB:2024:330
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzuimboete wegens onjuist aangiftebiljet inkomstenbelasting 2019
Belanghebbende, woonachtig in Griekenland, werd uitgenodigd om voor het jaar 2019 een aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) te doen via een C-biljet, bedoeld voor buitenlands belastingplichtigen. Ondanks uitstel tot 1 mei 2021 diende zij op 2 december 2020 een P-biljet in, dat niet conform de uitnodiging was. De inspecteur kon dit biljet niet verwerken en herinnerde belanghebbende aan de verplichting het juiste biljet te gebruiken.
Na meerdere herinneringen en aanmaningen zonder ontvangst van een C-biljet stelde de inspecteur op 9 maart 2022 ambtshalve een aanslag vast, inclusief een verzuimboete van €385 en belastingrente. Belanghebbende maakte bezwaar, waarna de aanslag en belastingrente werden verminderd tot nihil, maar de verzuimboete bleef gehandhaafd.
De rechtbank oordeelt dat het indienen van het P-biljet niet voldoet aan de verplichting om aangifte te doen op de voorgeschreven wijze. Het beboetbare feit van aangifteverzuim staat daarmee vast. Er is geen sprake van afwezigheid van alle schuld of een pleitbaar standpunt om de boete te laten vervallen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verzuimboete blijft in stand.
Uitkomst: De verzuimboete van €385 wordt bevestigd omdat belanghebbende geen juist aangiftebiljet heeft ingediend.