ECLI:NL:RBZWB:2024:3283
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eerder geduide functies
Eiser, voormalig horecamedewerker, kreeg na ziekte een Ziektewetuitkering toegekend. Het UWV beëindigde deze uitkering per 15 maart 2023 omdat eiser geschikt werd geacht voor functies die eerder bij een WIA-beoordeling waren vastgesteld.
De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsartsen concludeerden dat er geen toename van beperkingen was ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling, behalve enkele aanvullende beperkingen door oogmigraine die geen belemmering vormden voor de eerder geduide functies.
Eiser stelde dat hij sociaal emotioneel geïsoleerd was en intensievere behandeling nodig had, maar bracht geen medische stukken aan die toegenomen beperkingen aantonen. De rechtbank volgde het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep en oordeelde dat het UWV terecht de uitkering had beëindigd.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiser geen proceskostenvergoeding of griffierecht ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Ponds op 8 mei 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard en de uitkering per 15 maart 2023 bevestigd.