Uitspraak
1.De procedure
2.Het standpunt van de officier van justitie
3.Het standpunt van de verdediging
4.Het oordeel van de rechtbank
.
5.De wettelijke voorschriften
6.De beslissing
€ 16.380,=.
nihil.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verdachte was een van de zes personen die betrokken waren bij een poging tot afpersing van het slachtoffer, waarbij ook sprake was van handel in vuurwapens en een drugslaboratorium op zijn terrein. De rechtbank achtte onvoldoende bewijs voor vrijheidsberoving van het slachtoffer.
Tijdens de doorzoeking werd een drugslaboratorium aangetroffen en een geldbedrag van €16.380 in een witte ton gevonden, dat volgens de rechtbank uit de cocaïneproductie afkomstig was. Verdachte gaf wisselende verklaringen over de herkomst van het geld, waaronder verkoop van puppy’s en leningen, maar deze werden niet aannemelijk geacht.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 60 maanden gevangenisstraf voor overtreding van de Opiumwet en handel in vuurwapens. Het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €16.380, maar omdat dit bedrag reeds verbeurd was verklaard in de hoofdzaak, werd de betalingsverplichting op nihil gesteld.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 60 maanden gevangenisstraf en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €16.380 met betalingsverplichting nihil.