ECLI:NL:RBZWB:2024:3176
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens verlopen keuringsbewijs
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat het keuringsbewijs van zijn voertuig op 18 juli 2020 was verlopen, wat werd vastgesteld bij een RDW-controle in mei 2022. Betrokkene voerde aan dat hij door de coronapandemie langer in Marokko verbleef en daardoor het voertuig niet tijdig kon laten keuren. De rechtbank oordeelt dat dit beroep op overmacht onvoldoende aannemelijk is omdat betrokkene na terugkeer in Nederland geen actie heeft ondernomen.
Wel is vastgesteld dat de officier van justitie betrokkene niet heeft gehoord, wat in strijd is met de wettelijke hoorplicht. Deze schending leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en tot gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep. De rechtbank matigt de boete daarom met 25% vanwege deze structurele schending.
De boete wordt verlaagd tot € 112,50 plus € 9 administratiekosten. Het teveel betaalde bedrag van € 37,50 wordt terugbetaald aan betrokkene. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete gematigd tot € 112,50 plus administratiekosten en teveel betaalde zekerheid terugbetaald.