ECLI:NL:RBZWB:2024:3086
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen deelnemingsvrijstelling voor schadevergoeding wegens handelen na verkoop deelneming
Belanghebbende had een belang in een deelneming gekocht en ontving later een schadevergoeding vanwege het handelen van de verkoper na de verkoop. De kern van het geschil was of deze schadevergoeding vrijgesteld kon worden onder de deelnemingsvrijstelling. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad en stelt dat niet zonder meer sprake is van causaal verband tussen de schadevergoeding en de deelneming.
De feiten betroffen een verkoop van aandelen waarbij partijen bewust afzagen van een concurrentie- of relatiebeding. Na de verkoop richtte de verkoper een concurrerende vennootschap op en wervingsactiviteiten vonden plaats, wat leidde tot een vaststellingsovereenkomst met een schadevergoeding. Belanghebbende voerde aan dat deze vergoeding onder de deelnemingsvrijstelling viel, maar de inspecteur betwistte dit.
De rechtbank concludeert dat de schadevergoeding verband houdt met gedragingen na de verkoop en niet met de aankoop of vervreemding zelf. Hierdoor is het verband te ver verwijderd om toepassing van de deelnemingsvrijstelling te rechtvaardigen. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft in stand.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting wordt gehandhaafd omdat de schadevergoeding niet onder de deelnemingsvrijstelling valt.