ECLI:NL:RBZWB:2024:3008
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premie-inkomen voor volksverzekeringen bij grensarbeid en toepassing belastingverdrag
Belanghebbende, woonachtig in België, ontving in 2020 looninkomsten uit Nederland en een UWV-uitkering. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) op, waarbij het premie-inkomen werd vastgesteld op het totaal van looninkomsten en UWV-uitkering minus de aftrek eigen woning.
Belanghebbende betwistte het premie-inkomen omdat de UWV-uitkering niet werd meegenomen bij de inkomstenbelastingheffing. De rechtbank overwoog dat belanghebbende onder Nederlandse sociale zekerheidswetgeving valt vanwege haar werkzaamheden in Nederland en dat het premie-inkomen volgens Nederlandse wetgeving het wereldinkomen omvat, ongeacht waar het belast wordt.
Het belastingverdrag tussen Nederland en België voorkomt dubbele belastingheffing over de UWV-uitkering, maar is niet van toepassing op de premie volksverzekeringen. Daarom is het premie-inkomen inclusief de UWV-uitkering terecht vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag en belastingrente, met vergoeding van griffierecht en reiskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank handhaafde het premie-inkomen inclusief de UWV-uitkering en verklaarde het beroep ongegrond.