ECLI:NL:RBZWB:2024:3007

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 mei 2024
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
BRE 23/9111
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27h AWRArt. 28 AWR
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging aanslag inkomstenbelasting 2019 wegens ontbreken heffingsrecht Nederland

Belanghebbende, woonachtig in België, ontving in 2019 een lijfrente- en pensioenuitkering uit Nederland. Een deel van de pensioenuitkering werd doorgestort aan zijn ex-partner. Belanghebbende gaf deze uitkeringen aan in zijn Belgische belastingaangifte, waarbij het doorgestorte deel werd verminderd.

De Nederlandse inspecteur legde echter een aanslag inkomstenbelasting op waarbij zowel de lijfrente als de volledige pensioenuitkering, inclusief het doorgestorte deel, werden belast, en bracht belastingrente in rekening. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag en startte beroep bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat Nederland geen heffingsrecht heeft over deze pensioenuitkering en vernietigt daarom de aanslag en de beschikking belastingrente. Tevens krijgt belanghebbende een proceskostenvergoeding toegekend voor de bezwaar- en beroepsfase. De inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van het griffierecht en de proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aanslag inkomstenbelasting 2019 en de belastingrente omdat Nederland geen heffingsrecht toekomt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/9111

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] (België), belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende dat betrekking heeft op de aan hem opgelegde aanslag inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2019 en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente (de beschikking belastingrente).
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben gemachtigde en de inspecteur deelgenomen. Namens de inspecteur zijn mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank is van oordeel dat, overeenkomstig het nadere standpunt van de inspecteur ter zitting, de aanslag IB voor het jaar 2019 moet worden vernietigd. Belanghebbende heeft daarom recht op een proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en de beroepsfase.
2.1.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

3. Belanghebbende woonde in 2019 in België.
3.1.
Belanghebbende heeft uit Nederland een lijfrente-uitkering ontvangen en een pensioenuitkering dat volledig in privaatrechtelijk dienstverband is opgebouwd. Een deel van de ontvangen pensioenuitkering heeft belanghebbende doorgestort aan zijn ex-partner.
3.2.
Belanghebbende heeft over het jaar 2019 in België een aangifte personenbelasting ingediend, waarin hij (onder meer) de lijfrente-uitkering en de pensioenuitkering, verminderd met het deel dat is doorgestort aan de ex-partner, heeft aangegeven. De aanslag personenbelasting is conform de door belanghebbende ingediende aangifte opgelegd.
3.3.
De inspecteur heeft aan belanghebbende een aanslag IB voor het jaar 2019 opgelegd, waarbij hij de lijfrente-uitkering en de pensioenuitkering (inclusief het deel dat is doorgestort aan de ex-partner) in aanmerking heeft genomen. De inspecteur heeft daarbij tevens belastingrente in rekening gebracht.

Motivering

4. Ter zitting heeft de inspecteur het nadere standpunt ingenomen dat aan Nederland geen heffingsrecht toekomt en dat de aanslag moet worden vernietigd. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en de aanslag IB 2019 en de beschikking belastingrente vernietigen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar, de aanslag IB 2019 en de beschikking belastingrente.
5.1.
Omdat het beroep gegrond is moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van zijn proceskosten. De inspecteur moet deze vergoedingen betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 310 en in beroep van € 875. Gemachtigde heeft een bezwaarschrift (1 punt) en een beroepschrift (1 punt) ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen (1 punt). De vergoeding bedraagt dan € 2.060. [1]

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de aanslag IB 2019 en de daarbij opgelegde beschikking belastingrente;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 2.060 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.H. van Schaik, rechter, in aanwezigheid van mr. C.C. van den Berg, griffier, op 7 mei 2024, en openbaar gemaakt door middel van publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk geworden als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist. [2]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.(1 x € 310 + 2 x € 875) x factor 1 voor het gewicht van de zaak = € 2.060.
2.Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de AWR.