Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[Betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
binnen een erf parkeren anders dan op een daarvoor bestemde parkeerplaats op de [straat] te Breda op 22 april 2022 om 14:45 uur.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor fout parkeren buiten een parkeervak op een erf in Breda. Betrokkene erkent de gedraging, maar voert aan dat er sprake is van een gedoogbeleid vanwege het tekort aan parkeervakken en de drukte in de wijk, onderbouwd met foto's.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en verwees naar het ontbreken van een gedoogbeleid en het feit dat meerdere fout geparkeerde voertuigen niet automatisch betekenen dat er niet beboet wordt. Betrokkene werd niet gehoord door de officier van justitie, wat in strijd is met de wettelijke hoorplicht.
De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd omdat de gedraging vaststaat en er geen voldoende bewijs is voor een gedoogbeleid. Wel is de schending van de hoorplicht een reden om het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en de boete met 25% te matigen. Tevens moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling worden terugbetaald.
De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd en de boete gematigd tot € 75,- plus administratiekosten. Hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd met 25% wegens schending hoorplicht.