ECLI:NL:RBZWB:2024:294
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning Goirle voor belastingjaar 2022
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning te Goirle, vastgesteld op 1 januari 2021 op €729.000, welke leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting 2022. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep op 12 december 2023 behandeld.
De rechtbank beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de woning werd vergeleken met drie vergelijkingsobjecten in de nabijheid. Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €629.000 zou moeten zijn en dat een vierde woning als vergelijkingsobject had moeten worden gebruikt. De heffingsambtenaar kon echter geen verkoopgegevens van die woning overleggen.
De rechtbank oordeelde dat de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat met verschillen tussen de woningen rekening was gehouden. De rechtbank verwierp de redenering van belanghebbende over de stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van het voorgaande jaar, omdat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele feiten en omstandigheden.
Daarmee concludeerde de rechtbank dat de WOZ-waarde van €729.000 niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag en WOZ-waarde blijven gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €729.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.