ECLI:NL:RBZWB:2024:292
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoeken omzetbelasting voor huisvesting personeel uitzendbureau
Belanghebbende, een uitzendbureau gevestigd in Litouwen, stelde personeel ter beschikking aan Nederlandse opdrachtgevers en bood huisvesting aan deze werknemers aan, waarbij een vergoeding werd ingehouden op het loon. Belanghebbende verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over de huisvesting, maar de inspecteur wees deze verzoeken af. De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat de kern van het geschil lag bij de vraag of het verlenen van huisvesting een dienst onder bezwarende titel betreft.
De rechtbank overwoog dat een rechtstreeks verband tussen de dienst en de vergoeding vereist is. Hoewel de vergoeding gekoppeld was aan het aantal gewerkte uren en niet aan het daadwerkelijk gebruik van de huisvesting, achtte de rechtbank dit voldoende voor een dergelijk verband. Incidentele situaties waarin werknemers wel gebruik maken van de huisvesting maar niet werken, vormen uitzonderingen die het verband niet verbreken.
Het beroep op het arrest Commissie/Finland, waarin een inkomensafhankelijke vergoeding werd beoordeeld, werd verworpen omdat de vergoeding in deze zaak niet inkomensafhankelijk is. De rechtbank concludeerde dat het verlenen van huisvesting een dienst onder bezwarende titel is en dat de teruggaafverzoeken daarom terecht zijn afgewezen. De beroepen werden ongegrond verklaard, met als gevolg dat belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De teruggaafverzoeken omzetbelasting voor de huisvesting zijn terecht afgewezen omdat sprake is van een dienst onder bezwarende titel.