ECLI:NL:RBZWB:2024:2881
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar parkeerbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, maar dit bezwaar werd door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard wegens vermeende overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar wel tijdig is ingediend. De dagtekening van de aanslag was 6 maart 2022, waardoor de termijn voor het indienen van bezwaar eindigde op 19 april 2022. Het bezwaarschrift werd op die dag met PostNL verstuurd, wat door het poststempel op de envelop wordt bevestigd. Bovendien viel de laatste dag van de termijn op een feestdag (tweede paasdag), waardoor de termijn met een dag werd verlengd.
De heffingsambtenaar heeft geen andere gronden aangevoerd om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Daarom vernietigt de rechtbank de bestreden uitspraak op bezwaar en draagt de heffingsambtenaar op om inhoudelijk op het bezwaar te beslissen.
Daarnaast moet de heffingsambtenaar het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende vergoeden, met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 2 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd.