ECLI:NL:RBZWB:2024:2513
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op 1 januari 2021, gesteld op €382.000, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) van de gemeente Tilburg. De rechtbank beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode met referentiewoningen in de buurt.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix, waarbij drie vergelijkbare woningen werden gebruikt. De rechtbank oordeelde dat deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de correcties voor verschillen adequaat waren toegepast. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de waarde te hoog was vastgesteld, mede omdat de taxatierapporten die hij overlegde niet op de waardepeildatum betrekking hadden.
Daarnaast voerde belanghebbende een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, stellende dat vergelijkbare woningen een lagere WOZ-waarde hadden. De rechtbank verwierp dit omdat niet was aangetoond dat de woningen identiek waren en de verschillen verwaarloosbaar waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €382.000 blijft gehandhaafd.