ECLI:NL:RBZWB:2024:2506
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingrente vennootschapsbelasting 2020 en geen schending eigendomsrecht
Belanghebbende B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen de door de inspecteur opgelegde belastingrente over de vennootschapsbelasting 2020. De inspecteur bracht belastingrente van €24.466 in rekening omdat de definitieve aanslag pas na zes maanden na het belastingjaar werd opgelegd, mede door het late indienen van de aangifte.
De rechtbank stelt vast dat de belastingrente is berekend conform de geldende wettelijke bepalingen, met een percentage van 8% vanaf 1 januari 2022. Belanghebbende stelde dat het heffen van belastingrente in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat het percentage te hoog is, maar deze argumenten worden verworpen.
De rechtbank oordeelt dat de belastingrenteregeling een legitiem doel dient, namelijk het bevorderen van tijdige en correcte aangifte, en dat er geen sprake is van een disproportionele inbreuk op het eigendomsrecht. Ook het onderscheid in rentepercentages tussen vennootschapsbelasting en andere belastingen is gerechtvaardigd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Steijn op 16 april 2024 en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het beroep tegen de in rekening gebrachte belastingrente wordt ongegrond verklaard.