Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een beschikking aanvullende werkelijke schadevergoeding van 6 april 2023 en stelt dat verweerder niet tijdig heeft beslist op dit bezwaar. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een bestuursorgaan binnen een bepaalde termijn beslissen op een bezwaar, die in dit geval door een adviescommissie en verlenging uitkomt op uiterlijk 21 september 2023.
Eiser heeft verweerder op 5 december 2023 in gebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen.
De rechtbank legt een termijn van negen weken na verzending van deze uitspraak op, gelet op het grote aantal te behandelen bezwaarschriften en aansluitend op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000, opgelegd voor elke dag overschrijding.
Daarnaast moet verweerder het griffierecht van €51 aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 15 april 2024.