Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig deskundigenonderzoek, op de griffie binnengekomen op 2 november 2023, met producties genummerd 1 tot en met 5;
- de aanvullende producties genummerd 6 tot en met 8 van [verzoeker] , op de griffie binnengekomen op 9 februari 2024;
- het verweerschrift als bedoeld in artikel 282 Rv Pro, tevens houdende een voorwaardelijk zelfstandig verzoek ex artikel 282 lid 4 Rv Pro jo. artikel 843a Rv;
- de aanvullende productie 9 van [verzoeker] , op de griffie binnengekomen op 22 februari 2024;
- de mondelinge behandeling, gehouden op 26 februari 2024;
- de spreekaantekeningen aan de zijde van [verzoeker] ;
- de spreekaantekeningen aan de zijde van AMS c.s.
2.Waar gaat deze zaak over?
3.Het geschil
Omdat er geen aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat er sprake is van een relevante medische voorgeschiedenis, is een verzoek om informatie voorafgaand aan het ongeval ook niet toewijsbaar.
4.De beoordeling
- de deskundige draagt er zorg voor dat hij op basis van volledige informatie zal rapporteren en aangeeft en motiveert in zijn rapport waarom hij al dan niet aanvullende informatie opvraagt;
- de deskundige geeft in zijn bericht aan welke medische gegevens hij weliswaar heeft ontvangen, maar niet aan zijn deskundig oordeel ten grondslag heeft gelegd.
5.De beslissing
binnen 14 dagen na datum van deze beschikkingeen gezamenlijk voorstel te doen tot de te benoemen deskundige, dan wel de rechtbank te berichten dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de deskundige, onder vermelding van de namen van deskundigen die door partijen zijn besproken,