Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 6 februari 2024;
- de akte overlegging producties van [eiser] met producties 1 tot en met 30;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 11;
- de akte wijziging eis tevens overlegging aanvullende producties 31 tot en met 35;
- de mondelinge behandeling van 14 maart 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota’s van de advocaten van partijen zoals die tijdens de mondelinge behandeling zijn voorgelezen.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
- het beroep van het Waterschap op artikel 21 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv);
- de uitsluitingsgronden die volgens het Waterschap van toepassing zijn;
- de door [eiser] getroffen maatregelen om haar betrouwbaarheid aan te tonen;
- het proportionaliteitsbeginsel;
- het vertrouwensbeginsel.
Meca- arrest). Het Hof van Justitie benadrukt dat het wordt overgelaten aan de aanbestedende dienst – en dus niet de nationale rechter – om te beoordelen of een ondernemer moet worden uitgesloten van een aanbestedingsprocedure. Het is in het bijzonder aan de aanbestedende dienst om de integriteit en betrouwbaarheid van een inschrijver te beoordelen.
€ 300,00, met twee uitschieters naar boven van € 1.200,00 en € 1.500,00. Uit de beslissingen op bezwaar blijkt dat de overtredingen zagen op meerdere feiten, niet enkel op bijvoorbeeld het verkeerd invullen van een postcode.
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
6.De beslissing
29 maart 2024.