Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet gebruiken van de richtingaanwijzer bij het wisselen van rijstrook op 24 februari 2022 in Bergen op Zoom. Betrokkene stelde in beroep dat hij wel de richtingaanwijzer gebruikte en dat hij niet staande is gehouden, hoewel dit mogelijk zou zijn geweest.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was betrokkene afwezig. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende is om de gedraging vast te stellen, tenzij specifieke feiten twijfel rechtvaardigen. Betrokkene bracht geen feiten aan die de verklaring ondermijnden.
Echter, de verbalisant had afgezien van staandehouding wegens het ontbreken van een stoptransparant, wat volgens de jurisprudentie onvoldoende is om de boete aan de kentekenhouder op te leggen. Er was geen nadere toelichting waarom staandehouding niet mogelijk was. Daarom werd de boetebeschikking vernietigd en de zekerheidstelling van €109 terugbetaald aan betrokkene.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, boetebeschikking vernietigd en zekerheidstelling terugbetaald.