Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A58 te Heerle op 17 juni 2022. Betrokkene stelde in beroep dat de gedraging niet was verricht en dat er geen staandehouding had plaatsgevonden, wat volgens hem wel had moeten gebeuren.
De verbalisant verklaarde dat hij in burger was en geen stopmiddelen bij zich had, waardoor hij geen reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de vaststelling van de gedraging, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel zaaien, wat hier niet het geval was.
Verder werd overwogen dat het ontbreken van een stoptransparant niet automatisch betekent dat staandehouding mogelijk was. Gezien het gedrag van betrokkene en de omstandigheden was staandehouding niet reëel uitvoerbaar. De boete is daarom terecht opgelegd aan de kentekenhouder en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.