Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektrisch apparaat tijdens het rijden op de A17 op 30 maart 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, eerst bij de officier van justitie en daarna bij de rechtbank, waarbij werd betoogd dat de boete onredelijk was en dat er geen staandehouding had plaatsgevonden terwijl dit volgens gemachtigde wel mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat er slechts één verbalisant ter plaatse was, die het fotocamerasysteem bediende. Een tweede verbalisant was niet aanwezig om een staandehouding te verrichten, waardoor er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.
De rechtbank verwierp het beroep en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan op 12 maart 2024 door kantonrechter M.A.V. van Aardenne. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.