ECLI:NL:RBZWB:2024:2120
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid legesheffing voor omgevingsvergunning bouwen en kappen
Belanghebbende diende op 30 december 2020 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van 16 appartementen en later werd de activiteit kappen toegevoegd. De vergunning werd van rechtswege verleend. De gemeente legde legesaanslagen op voor de activiteiten bouwen en kappen, welke belanghebbende betwistte omdat volgens hem de gemeente de aanvraag pas na vergunningverlening in behandeling had genomen.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente vóór de vergunningverlening diverse feitelijke werkzaamheden had verricht, zoals beoordelingen op grond van het Bouwbesluit, ruimtelijke ordening en brandveiligheid, en dat belanghebbende hierover ook contact had met ambtenaren. Dit betekent dat de gemeente de aanvraag daadwerkelijk in behandeling had genomen.
Belanghebbende was aanvankelijk niet verschenen op de zitting, maar na heropening van het onderzoek vond alsnog een zitting plaats waar beide partijen aanwezig waren. De rechtbank concludeerde dat het standpunt van belanghebbende over onjuistheden in het overzicht van werkzaamheden geen invloed had op het oordeel dat de leges terecht zijn geheven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de aanslagen en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.Z.B. Sterk en griffier F.A.J.M. Wouters op 2 april 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de legesaanslagen terecht zijn opgelegd.