ECLI:NL:RBZWB:2024:2043
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Goes
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande semi-bungalow met diverse voorzieningen. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2021 vast op €616.000, na bezwaar verlaagd naar €585.000. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt een maximale waarde van €515.000.
De rechtbank beoordeelt de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de nabijheid en met vergelijkbare kenmerken zijn gebruikt. De heffingsambtenaar heeft voldoende rekening gehouden met verschillen tussen de woningen en de waardepeildatum. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de genoemde referentiewoningen identiek waren, waardoor de meerderheidsregel niet van toepassing is.
Verder is een vermeende dubbele meting van de vloeroppervlakte onder de dakkapel niet doorslaggevend. Ook het argument dat de waardestijging ten opzichte van het voorgaande jaar te hoog zou zijn, wordt verworpen omdat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele feiten.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €585.000 blijft gehandhaafd.