ECLI:NL:RBZWB:2024:1909
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eerste huur en servicekosten wegens wenselijke verhuizing
Eiser, een alleenstaande man van 58 jaar met astma, vroeg bijzondere bijstand aan voor de eerste huur en servicekosten van zijn nieuwe woning. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees de aanvraag af omdat de verhuizing volgens hen wenselijk en niet noodzakelijk was. Eiser maakte bezwaar, maar het college handhaafde het besluit. De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verhuizing noodzakelijk was.
Eiser stelde dat zijn medische situatie en de slechte woonsituatie in zijn oude woning de verhuizing noodzakelijk maakten. Hij betoogde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en het besluit niet zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was. De rechtbank oordeelde echter dat eiser geen objectieve, verifieerbare gegevens had overgelegd die de noodzaak van de verhuizing konden aantonen. De enkele stelling over lawaai en onhygiënische omstandigheden was onvoldoende, en uit het medicatieoverzicht bleek niet dat de situatie onhoudbaar was.
De rechtbank wees erop dat eiser al langere tijd ontevreden was over zijn woonsituatie, waardoor sprake was van een vrije wil om te verhuizen en niet van een onvoorziene noodzakelijke verhuizing. De kosten van de verhuizing behoorden tot de algemene kosten die uit de bijstandsnorm voldaan dienen te worden, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen. Omdat eiser niet had aangetoond dat de verhuizing noodzakelijk was, was het besluit van het college om de bijzondere bijstand af te wijzen terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de verhuizing niet noodzakelijk maar wenselijk was.