ECLI:NL:RBZWB:2024:1884
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in vordering tot ontneming bij lopende schikking
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 7 maart 2024 een zaak betreffende de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen betrokkene. Betrokkene was reeds op 20 juni 2023 veroordeeld in de inhoudelijke strafzaak, waarbij het Openbaar Ministerie op 2 maart 2023 tevens de ontnemingsvordering had ingesteld.
Op 27 januari 2023 was tussen betrokkene en het Openbaar Ministerie een schikking overeengekomen conform artikel 511c Wetboek van Strafvordering, waarbij een bedrag werd vastgesteld dat ontnomen zou worden. Deze schikking beoogde een rechterlijke behandeling van de ontnemingsvordering te voorkomen. Omdat nog niet aan de voorwaarden van de schikking was voldaan en er een betalingsregeling liep, was de zaak niet van rechtswege geëindigd.
De officier van justitie vorderde op de zitting de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, een standpunt dat door de raadsman van betrokkene werd ondersteund. De rechtbank concludeerde dat de wet onduidelijk is over de rechtsgevolgen van een lopende schikking met betalingsregeling, maar dat partijen met de schikking beogen dat de rechtbank geen inhoudelijke beslissing meer neemt. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in haar vordering tot ontneming.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot ontneming vanwege een lopende betalingsregeling binnen een schikking.