ECLI:NL:RBZWB:2024:1840
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscaal partnerschap en hypotheekrenteaftrek bij echtscheiding 2019
Belanghebbende was in 2019 gehuwd en stond samen met zijn ex-partner ingeschreven op hetzelfde adres. De inspecteur legde een aanslag IB/PVV op waarbij de negatieve inkomsten uit eigen woning werden verdeeld over de fiscale partners, 50% voor ieder, in afwijking van de aangifte van belanghebbende die 100% aftrok.
Belanghebbende stelde dat hij in 2019 feitelijk gescheiden leefde en dat de overboekingen van zijn ex-partner als aftrekbare alimentatie moesten worden aangemerkt. De rechtbank verwierp dit omdat het verzoek tot echtscheiding pas in 2020 was ingediend en beiden tot 1 december 2019 op hetzelfde adres stonden ingeschreven. Tevens was geen bewijs geleverd van een rechtens afdwingbare onderhoudsverplichting.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd, de belastingrente correct was berekend en dat belanghebbende geen recht had op teruggaaf van griffierecht of vergoeding van proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2019 wordt ongegrond verklaard.