Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet wegens het doorgaan bij een rood verkeerslicht op 4 augustus 2022 te Breda. Hij voerde aan dat het stoplicht niet goed functioneerde en dat hij zich aan de voorwaarden hield, maar erkende dat hij vaker voorzichtig door rood rijdt. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat.
De kantonrechter oordeelde dat door rood rijden nooit is toegestaan, zeker niet op een gevaarlijke locatie. Wel werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht schond door betrokkene niet te horen bij het administratief beroep, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot vernietiging van die beslissing.
Gelet op deze schending matigde de kantonrechter de boete met 25%. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en gewijzigd, en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald aan betrokkene. De uitspraak werd gedaan op 19 februari 2024 door kantonrechter Beudeker.
Uitkomst: De boete wegens door rood rijden wordt met 25% gematigd vanwege schending van de hoorplicht.