ECLI:NL:RBZWB:2024:1768

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2024
Publicatiedatum
15 maart 2024
Zaaknummer
9893696 _ MB VERZ 22-510
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen verkeersboete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A27. Hiertegen is beroep ingesteld bij de officier van justitie, die de beschikking vernietigde. Vervolgens is door de gemachtigde van betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Op de zitting van 19 februari 2024, waar betrokkene en zijn gemachtigde niet verschenen, heeft de kantonrechter het beroep behandeld. De gemachtigde voerde aan dat de proceskostenvergoeding onjuist was vastgesteld en dat er geen samenhang was tussen verschillende zaken waarop de officier van justitie zich baseerde.

De kantonrechter oordeelt dat de beslissing van de officier van justitie terecht is en dat de toegewezen proceskostenvergoeding correct is. Er is geen aanleiding om deze te wijzigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 9893696 \ MB VERZ 22-510
CJIB-nummer : 8062 5422 3786 4255
uitspraakdatum : 19 februari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. I.N.D.J. Rissema (Bezwaartegenverkeersboetes.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beschikking vernietigd. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de A27 (ter hoogte van hectometerpaaltje 31.6 links) op 18 november 2020 om 20:04 uur.
Gemachtigde heeft aangevoerd dat er beroep tegen de toegekende kostenvergoeding wordt ingesteld. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat er geen sprake is van samenhang tussen de verschillende zaken zoals de officier van justitie heeft beslist, gelet op het feit dat de gedragingen op verschillende momenten hebben plaatsgevonden en in sommige zaken verzuimbrieven zijn verstuurd. Gemachtigde verzoekt de beslissing van de officier van justitie te vernietigen en de proceskostenvergoeding vast te stellen met toepassing van de juiste wegingsfactor. Gemachtigde stelt een heel punt te moeten krijgen voor de hoorzitting in plaats van 0,5.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Aangezien er sprake was van een telefonische hoorzitting mag het punt gehalveerd worden gelet op de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (zie: ECLI:NL:GHARL:2021:7004).

Overwegingen

Gemachtigde heeft aangegeven het niet eens te zijn met de door de officier van justitie vastgestelde proceskostenvergoeding.
De kantonrechter is het met de zittingsvertegenwoordiger eens dat de officier van justitie een terechte beslissing heeft genomen en een juiste proceskostenvergoeding heeft toegekend. De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om een aangepaste proceskostenvergoeding toe te kennen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.I. Beudeker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: