Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet gebruiken van de rijbaan als snorfietser in Park Valkenberg te Breda op 29 januari 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het te laat indienen.
Betrokkene, vertegenwoordigd door een gemachtigde, stelde dat de boete onredelijk was en dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd. Tevens werd aangevoerd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de beschikking digitaal beschikbaar was gesteld en dat het gerechtshof geen vereiste stelt aan het aanleveren van de geboortedatum van de huurder.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep bij de officier van justitie te laat was ontvangen, namelijk op 11 mei 2022, terwijl de termijn op 30 maart 2022 eindigde. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het te laat indienen konden rechtvaardigen. Daarom werd het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep bij de kantonrechter ongegrond. Een proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding.