Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat het keuringsbewijs van zijn voertuig was verlopen sinds 7 oktober 2022. Betrokkene stelde dat de auto langere tijd in de garage stond voor reparatie en keuring, en dat de definitieve keuring pas op 26 oktober 2022 zou plaatsvinden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar erkende een schending van de hoorplicht.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en betrokkene als kentekenhouder verantwoordelijk is voor het tijdig schorsen van het voertuig. Hoewel de boete terecht is opgelegd, is de schending van de hoorplicht een reden om de beslissing van de officier van justitie te vernietigen en de boete te matigen.
De boete wordt met 25% verminderd, waardoor het bedrag op €112,50 plus administratiekosten komt. Tevens moet het teveel betaalde bedrag van €37,50 worden terugbetaald. Het beroep tegen de boete is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd tot €112,50 plus administratiekosten en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.