ECLI:NL:RBZWB:2024:1642
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in gemeente Hulst
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Hulst, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op € 381.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd.
De rechtbank heeft het beroep op 14 februari 2024 behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld. De waarde is bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de nabijheid en met vergelijkbare kenmerken zijn gebruikt. De rechtbank acht de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en vindt dat de heffingsambtenaar op transparante wijze rekening heeft gehouden met verschillen zoals bijgebouwen, grondoppervlakte en onderhoudsstaat.
Belanghebbende voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden door een hogere vierkante meter prijs dan een buurwoning, maar de rechtbank oordeelt dat deze berekening geen rekening houdt met de verschillende waarderingscomponenten. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard, blijft de WOZ-waarde gehandhaafd en worden de aanslag OZB en griffierecht niet gewijzigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 381.000 blijft gehandhaafd.