ECLI:NL:RBZWB:2024:1574
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking Alcoholwetvergunning wegens ernstig gevaar op basis van Wet Bibob
Verzoeker exploiteert een horecabedrijf en kreeg een Alcoholwetvergunning die door de burgemeester is ingetrokken na een Bibob-onderzoek. Dit onderzoek bracht een ernstig gevaar aan het licht dat de vergunning mede wordt gebruikt om uit strafbare feiten verkregen voordelen te benutten, mede door een zakelijk samenwerkingsverband met een financier met antecedenten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester terecht is uitgegaan van het Bibob-advies en dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. Verzoeker betwist het bestaan van het samenwerkingsverband en het gevaar, maar kan dit niet aannemelijk maken. De burgemeester heeft ook het evenredigheidsbeginsel toegepast en geoordeeld dat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn.
De rechtbank concludeert dat de intrekking op goede gronden is gebaseerd, het algemeen belang zwaarder weegt dan het individuele belang van verzoeker, en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de Alcoholwetvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.