Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
2.De feiten
“Kortlopende lening t.b.v. debetstand Rabo-bank”(hierna: de geldlening)
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres verstrekte in september 2020 een kortlopende geldlening van €25.000,- aan Friss Holding B.V. vanwege een achterstand bij de Rabobank die het beoogde project in gevaar bracht. Partijen kwamen geen terugbetalingstermijn overeen. Eiseres sommeerde Friss herhaaldelijk tot terugbetaling, waarna zij de rechtbank inschakelde.
Friss voerde verweer dat de lening pas terugbetaald hoefde te worden na afronding van de projectfinanciering en stelde dat de lening was overgenomen door een nieuw opgerichte vennootschap. De rechtbank oordeelde dat Friss onvoldoende bewijs leverde voor schuldoverneming en dat de lening opeisbaar was sinds de sommatie van november 2022.
De rechtbank wees de vordering toe tot terugbetaling van €25.000,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2022, omdat geen sprake was van een handelsovereenkomst en dus geen handelsrente verschuldigd was. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan eiseres toegewezen. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Friss Holding B.V. wordt veroordeeld tot terugbetaling van €25.000,- met wettelijke rente vanaf 23 december 2022, incassokosten en proceskosten.