Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
13 juni 2019 heeft ontvangen. De rechtbank gaat daarom voor de aanvangstermijn uit van 13 juni 2019. De redelijke termijn van twee jaar eindigde daarmee op 13 juni 2021. De procedure is geëindigd met de uitspraak van heden, 16 februari 2024, zodat de procedure in totaal vier jaar en acht maanden heeft geduurd. De redelijke termijn is daarmee met bijna 32 maanden overschreden. De overschrijding is geheel aan het college toe te rekenen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek tot schadevergoeding toe en veroordeelt het college tot betaling van € 3.000,- aan eiser.