ECLI:NL:RBZWB:2023:9411
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op Bbz-uitkering na herziening terugvordering door gemeente
Eiser, een zelfstandige ondernemer en bestuurder van twee BV's, had een Bbz-uitkering ontvangen voor levensonderhoud over de periode oktober 2021 tot en met maart 2022. Het college Tilburg trok deze uitkering in en vorderde het bedrag terug wegens vermeende onvolledige gegevens en te hoog toegekende bijstand. Na bezwaar herzag het college het besluit en stelde een lager terugvorderingsbedrag vast.
Eiser voerde aan dat hij niet alle stukken had kunnen aanleveren en dat het college onterecht het bedrijfsresultaat van zijn BV's als inkomen aanmerkte, terwijl zijn persoonlijke inkomen daarvan losstaat. Ook stelde hij dat er geen vermogenstoets had plaatsgevonden, wat volgens hem onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende gegevens had ontvangen om het recht op uitkering te beoordelen en dat het inkomen op juiste wijze was vastgesteld op basis van het bedrijfsresultaat van beide ondernemingen, conform de geldende wet- en regelgeving en vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. De tijdelijke versoepeling van het Bbz maakte dat het vermogen buiten beschouwing mocht blijven.
Daarom was het beroep ongegrond en kreeg eiser geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van de Bbz-uitkering wordt ongegrond verklaard.