Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
22 december 2023om
9:45uur. Partijen, de Raad en de GI zullen hiervoor een afzonderlijke oproep voor krijgen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot voorlopige voorziening van de moeder om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar vast te stellen. De kinderen verblijven sinds juli 2022 bij de moeder op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing, welke door de gecertificeerde instelling (GI) is beëindigd met het voorstel om de kinderen terug te plaatsen bij de vader.
De moeder stelde dat het in het belang van de kinderen is dat zij voorlopig bij haar blijven, mede vanwege hun hechtingsproblematiek en het positieve verloop van hun verblijf bij haar. De GI uitte ernstige zorgen over de draagkracht van de moeder en haar partner en pleitte voor terugplaatsing bij de vader, die volgens de GI een veiliger pedagogisch klimaat biedt.
De Raad voor de Kinderbescherming voerde een onderzoek uit naar het beste perspectief voor de kinderen en adviseerde om de kinderen tijdens dit onderzoek niet te verplaatsen. De rechtbank oordeelde dat het van belang is dat een zorgvuldige en duurzame beslissing wordt genomen en bepaalde daarom dat de kinderen voorlopig bij de moeder blijven wonen, met behoud van de huidige hulpverlening en schoolgang, totdat het onderzoek is afgerond.
Het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling werd afgewezen omdat dit niet aan de orde is in de hoofdzaak. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en geldt voor de duur van de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de kinderen voorlopig bij de moeder blijven wonen totdat het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming is afgerond.