ECLI:NL:RBZWB:2023:8990
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzuimboete vennootschapsbelasting en schending motiveringsbeginsel en hoorrecht
Belanghebbende BV diende de aangifte vennootschapsbelasting 2019 te laat in, ondanks verleend uitstel en herinneringen. De inspecteur legde een verzuimboete van €2.757 op, die na bezwaar werd verminderd tot €500. Belanghebbende voerde onder meer aan dat het motiveringsbeginsel en het hoorrecht waren geschonden.
De rechtbank oordeelt dat het motiveringsbeginsel is geschonden omdat de uitspraak op bezwaar onvoldoende inzicht gaf in de reden voor de boetevermindering. Ook is het hoorrecht geschonden, erkend door partijen. Desondanks is de boete terecht opgelegd omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aangiftetermijn door de inspecteur is verlengd en geen sprake is van afwezigheid van alle schuld.
De rechtbank laat de boete in stand, maar wijst het griffierecht toe vanwege de geconstateerde schendingen. De redelijke behandeltermijn is niet overschreden en een verdere boetevermindering is niet op zijn plaats. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de verzuimboete van €500 en wijst het beroep af, maar bepaalt vergoeding van het griffierecht wegens schending motiveringsbeginsel en hoorrecht.