ECLI:NL:RBZWB:2023:8882
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2016 tot en met 2019. Na intrekking van het beroep verzocht belanghebbende om een proceskostenvergoeding van de inspecteur.
De rechtbank beoordeelt dat de inspecteur weliswaar tegemoet is gekomen aan het beroep door de correcties te herzien en de aanslagen conform de aangiften vast te stellen. Dit betekent dat de inspecteur gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.
Desondanks wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat belanghebbende niet beroepsmatig rechtsbijstand verleent en er geen proceskosten zijn gebleken die voor vergoeding in aanmerking komen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Wel is de inspecteur verplicht het betaalde griffierecht van €50,- te vergoeden.
De rechtbank benadrukt dat vergoeding van tijdverlies voor het lezen en schrijven van stukken niet tot de proceskostenvergoeding behoort. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar het griffierecht van €50,- moet worden vergoed.