ECLI:NL:RBZWB:2023:8882

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 december 2023
Publicatiedatum
19 december 2023
Zaaknummer
BRE 22/4280
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep inkomstenbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2016 tot en met 2019. Na intrekking van het beroep verzocht belanghebbende om een proceskostenvergoeding van de inspecteur.

De rechtbank beoordeelt dat de inspecteur weliswaar tegemoet is gekomen aan het beroep door de correcties te herzien en de aanslagen conform de aangiften vast te stellen. Dit betekent dat de inspecteur gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.

Desondanks wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat belanghebbende niet beroepsmatig rechtsbijstand verleent en er geen proceskosten zijn gebleken die voor vergoeding in aanmerking komen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Wel is de inspecteur verplicht het betaalde griffierecht van €50,- te vergoeden.

De rechtbank benadrukt dat vergoeding van tijdverlies voor het lezen en schrijven van stukken niet tot de proceskostenvergoeding behoort. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar het griffierecht van €50,- moet worden vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 22/4280 tot en met 22/4283

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

en

De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 4 augustus 2022. Het beroep ziet op de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2016 tot en met 2019
1.1.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 9 september 2022 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraken op bezwaar. De inspecteur heeft bij brief van 11 oktober 2022 bevestigd dat de correcties van de aangiften worden herzien en de aanslagen conform de aangiften worden vastgesteld. Hiermee is de inspecteur tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.
Moet de inspecteur de proceskosten van belanghebbende vergoeden?
5. De inspecteur is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van belanghebbende, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent (wat belanghebbende zelf ook heeft bevestigd) en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank begrijpt dat belanghebbende om vergoeding van kosten verzoekt in verband met de tijd die hij kwijt is geweest aan de voorbereiding en het opstellen van stukken. Een proceskostenvergoeding kan echter niet worden gevraagd voor het tijdverzuim in verband met het lezen of het schrijven van stukken. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de inspecteur verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. [3] . Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de inspecteur wenden.
Dan

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 15 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.