Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- avoiding travelling to the Netherlands
- ban on driving motor vehicles due to pharmacotherapy
- staying in the family home in Poland”
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Werknemer was sinds 2016 in dienst bij de werkgever en meldde zich ziek tijdens vakantie in Polen. De werkgever verleende ontslag op staande voet met terugwerkende kracht wegens vermeende schendingen zoals ongeoorloofd verblijf in Polen, onjuiste verklaringen en het niet meewerken aan re-integratie.
De rechtbank overweegt dat een ontslag op staande voet alleen geldig is bij een dringende reden, welke hier ontbreekt. Vakantiereis naar Polen was toegestaan, en er is onvoldoende bewijs dat werknemer niet meewerkte aan re-integratie. Medische rapporten bevestigen arbeidsongeschiktheid en het belang van behandeling in Polen. Ook het achterhouden van verblijfplaats en vermeende reisbewegingen zijn onvoldoende onderbouwd.
De opzegging met terugwerkende kracht is niet mogelijk en het ontslag is niet rechtsgeldig. De arbeidsovereenkomst blijft van kracht en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente, incassokosten en proceskosten. De vordering wordt grotendeels toegewezen, het meer of anders verzochte afgewezen.
Uitkomst: Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig, arbeidsovereenkomst blijft bestaan en werkgever moet loon en bijkomende kosten betalen.