ECLI:NL:RBZWB:2023:8474

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 november 2023
Publicatiedatum
5 december 2023
Zaaknummer
23-008773
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 535 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding voor kosten rechtsbijstand na teruggave inbeslaggenomen voertuig

Verzoeker diende een verzoekschrift in op grond van artikel 530 Sv Pro voor vergoeding van kosten rechtsbijstand van € 737,50 en een forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. Dit volgde op een klaagschriftprocedure tegen de inbeslagname van zijn auto, waarna het Openbaar Ministerie besloot tot teruggave van het voertuig en verzoeker zijn klaagschrift introk.

De rechtbank oordeelt dat het intrekken van het klaagschrift na teruggave gelijkstaat aan een gegrondverklaring, waardoor verzoeker binnen drie maanden een vergoeding kan aanvragen. De rechtbank stelt vast dat de zaak is geëindigd met de teruggave en dat zij bevoegd is het verzoek te behandelen.

De rechtbank acht het gevorderde bedrag aan kosten rechtsbijstand voldoende onderbouwd en billijk en kent dit toe. Daarnaast wordt het forfaitaire bedrag voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer toegekend. Het totale toe te kennen bedrag bedraagt € 1.417,50, dat zal worden overgemaakt aan de gemachtigde advocaat van verzoeker.

Tegen deze beslissing staat het Openbaar Ministerie en verzoeker hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch binnen de wettelijke termijnen.

Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding voor kosten rechtsbijstand en verzoekschrift wordt toegewezen tot € 1.417,50.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
rk-nummer: 23-008773
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 5 april 2023, in de zaak:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats]
wonende op het adres [woonplaats]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. A.M.J. Joris, advocaat te Roosendaal op het adres Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal.
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 737,50, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
 de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 6 november 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. G. Smid, en mr. Joris als gemachtigd advocaat van gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat door het Openbaar Ministerie een auto van verzoeker in beslag is genomen, waartegen verzoeker een klaagschrift heeft ingediend. De officier van justitie heeft teruggave van het voertuig gelast, waarnaar verzoeker zijn klaagschrift heeft ingetrokken. Verzoeker stelt als gevolg van de klaagschriftprocedure kosten voor rechtsbijstand te hebben gemaakt en verzoekt daarvoor een vergoeding van € 737,50 toe te kennen, te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift.
In raadkamer heeft de advocaat aangevoerd dat het verzoek alleszins redelijk is. De advocaat heeft in raadkamer een door verzoeker ondertekend verzoekschrift overlegd.
De officier van justitie heeft zich, in afwijking van het schriftelijk ingenomen standpunt, op het standpunt gesteld dat de verzochte vergoeding redelijk en billijk kan worden geacht en dat het verzoek kan worden toegewezen.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De raadsman heeft ter zitting een door verzoeker ondertekend verzoekschrift overgelegd, zodat verzoeker ontvankelijk is in zijn vordering.
In het kader van artikel 552a Sv dient onder het eindigen van de zaak te worden verstaan het onherroepelijk worden van de beslissing op het ingediende klaagschrift tot de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen. Op grond van lid 2 gaat het om zaken die eindigen met een gegrondverklaring. Blijkens het arrest van de Hoge Raad van 16 juni 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1056) kan het intrekken van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv naar aanleiding van een beslissing tot teruggave gelijk worden gesteld met de situatie waarin het beklag gegrond is verklaard. Indien een dergelijke situatie aan de orde is, dan kan een betrokkene binnen drie maanden na de beslissing tot teruggave een verzoek indienen tot vergoeding van de kosten van zijn raadsman als bedoeld in artikel 530 Sv Pro. De rechtbank stelt vast dat verzoeker in december 2022 een klaagschrift heeft ingediend. Het openbaar ministerie heeft op 5 januari 2023 besloten tot teruggave van het inbeslaggenomen voertuig aan verzoeker, waarna verzoeker zijn klaagschrift heeft ingetrokken. De zaak is daarmee geëindigd.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu door het Openbaar Ministerie in hetzelfde arrondissement is beslist tot teruggave van het voertuig.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 737,50is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 1.417,50, bestaande uit:
- € 737,50 aan kosten van rechtsbijstand; en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 1.417,50zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Beheer Derdengelden Van Asselt & Broere Strafrechtadvocaten, onder vermelding van “Schadevergoeding [verzoeker] /OM”.
Deze beslissing is op 20 november 2023 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).