ECLI:NL:RBZWB:2023:8458
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde voor wederspannigheid ongegrond verklaard
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het bezwaar van een minderjarige veroordeelde tegen de afname en verwerking van zijn DNA-profiel na een veroordeling voor wederspannigheid met enig lichamelijk letsel. De veroordeelde stelde dat er sprake was van een uitzondering op grond van artikel 2 van Pro de Wet DNA, omdat hij al eerder DNA had afgegeven en omdat DNA bij wederspannigheid niet als bewijs wordt gebruikt.
De rechtbank overwoog dat het misdrijf waarvoor het DNA werd afgenomen voldoet aan de wettelijke vereisten en dat DNA-onderzoek relevant kan zijn voor opsporing en vervolging, omdat bij lichamelijk letsel DNA-materiaal kan achterblijven. De rechtbank nam ook de leeftijd van de veroordeelde en zijn strafblad mee in de beoordeling, waarbij werd vastgesteld dat hij eerder voor een geweldsdelict was veroordeeld en dat er een leerstraf en een voorwaardelijke werkstraf met proeftijd waren opgelegd.
De rechtbank concludeerde dat geen sprake is van een uitzonderingssituatie die afname en verwerking van DNA zou verbieden. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de DNA-afname en verwerking is ongegrond verklaard.