ECLI:NL:RBZWB:2023:8238
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij bezwaar gemeentelijke heffingen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde waarde van een pand en de daarbij opgelegde gecombineerde gemeentelijke heffingen. De rechtbank is bevoegd het beroep te behandelen, maar constateert dat het griffierecht van €50,- niet is betaald.
De griffier heeft belanghebbende tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling binnen een gestelde termijn, waaronder een aangetekende brief die door belanghebbende is ontvangen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet voldaan en heeft belanghebbende geen verontschuldiging gegeven.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke beoordeling van het geschil. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.