ECLI:NL:RBZWB:2023:8173
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- De Roos
- Breeman
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter voorzieningenrechter bestuursrecht afgewezen
In deze procedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzieningenrechter mr. Vriends, die optreedt in een bestuursrechtelijke hoofdzaak. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen zou zijn omdat door hem toegezonden processtukken niet aan het dossier zijn toegevoegd. Tevens voerde hij aan dat het bestuursorgaan valsheid in geschrifte zou hebben gepleegd en zijn voormalige advocaat fouten had gemaakt.
De wrakingskamer heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid zijn. De kamer oordeelde dat de aangevoerde gronden geen betrekking hebben op de onpartijdigheid van de rechter en dat uit het procesdossier blijkt dat stukken van verzoeker wel degelijk zijn opgenomen.
De wrakingskamer concludeert dat er geen sprake is van enige schijn van vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het wrakingsverzoek wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en de mondelinge behandeling van het verzoek komt te vervallen. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wordt kennelijk ongegrond verklaard.