ECLI:NL:RBZWB:2023:7617
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verhuiskostenvergoeding bij groot onderhoud, deels toegewezen schadevergoeding wegens woongenotverlies
De huurder en zijn gezin huurden sinds 1996 een woning van Woonvizier. In 2022 voerde Woonvizier groot onderhoud uit, waaronder vervanging van keuken, badkamer en toilet, en toevoeging van een tweede toilet. De werkzaamheden maakten tijdelijk verblijf in de woning onmogelijk, waardoor de huurder elders verbleef.
De huurder vorderde primair een verhuiskostenvergoeding op grond van artikel 7:220 BW Pro, subsidiair een schadevergoeding wegens tekortschieten van de verhuurder, en meer subsidiair kwijtschelding van huur. De rechtbank onderscheidde tussen dringende werkzaamheden en renovatie. De meeste werkzaamheden kwalificeerden als dringend onderhoud, waarvoor geen verhuiskostenvergoeding verschuldigd is. Een beperkt deel betrof renovatie, maar de noodzakelijkheid tot verhuizing daarvoor ontbrak.
De rechtbank wees de primaire vordering af. Wel werd subsidiair een schadevergoeding toegewezen voor hotelovernachtingen (€367,10) en buitenshuis eten (€560,00), omdat de verhuurder tekortgeschoten was in het verschaffen van huurgenot. Immateriële schade werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De gevorderde incassokosten werden niet toegewezen wegens ontbreken in het petitum. Wettelijke rente werd toegekend vanaf de aanvang van de werkzaamheden. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De verhuiskostenvergoeding wordt afgewezen, maar een schadevergoeding van € 927,10 wordt toegewezen wegens tekortschieten verhuurder.