Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 oktober 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , de heffingsambtenaar,
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid), de minister.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 7,14;
- veroordeelt de minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 42,86;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 209,25 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 209,25 aan proceskosten aan belanghebbende;
- gelast dat de heffingsambtenaar de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan hem vergoedt, zijnde € 24,50;
- gelast dat de minister de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan hem vergoedt, zijnde € 24,50.