ECLI:NL:RBZWB:2023:7519
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag accijns terecht opgelegd voor onveraccijnsde waterpijptabak in woning
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of de inspecteur van de Belastingdienst terecht een naheffingsaanslag accijns heeft opgelegd aan belanghebbende wegens het voorhanden hebben van 177 kilogram onveraccijnsde waterpijptabak in zijn woning. Op 3 maart 2021 werd de woning van belanghebbende door de Douane betreden met een machtiging van de Officier van Justitie, waarbij de tabaksproducten werden aangetroffen.
Belanghebbende was aanwezig tijdens het binnentreden en heeft verklaard dat het om een hobby ging, dat hij de tabak soms rookte maar niet verkocht, en dat de tabak eigendom was van een ander. Desondanks oordeelt de rechtbank dat belanghebbende de tabak kon beschikken en dat het niet relevant is of hij eigenaar was of wist dat accijns verschuldigd was.
De rechtbank wijst het beroep af en stelt dat de inspecteur terecht aan belanghebbende de naheffingsaanslag heeft opgelegd. De keuze van de inspecteur om de naheffingsaanslag aan belanghebbende op te leggen is rechtmatig en niet onredelijk of willekeurig. De hoogte van het bedrag is niet in geschil. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag accijns van € 28.481 voor de aangetroffen waterpijptabak.