Eiser heeft op 27 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor de functie van maatschappelijk dienstverlener. De minister van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag op 21 december 2022 af, waarna het bezwaar van eiser op 27 maart 2023 ongegrond werd verklaard. Eiser stelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het objectieve criterium een belemmering vormde en dat het belang van de samenleving onvoldoende was afgewogen tegen zijn persoonlijke belangen.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het objectieve criterium toepaste, waarbij werd vastgesteld dat de strafbare feiten waarvoor eiser op 21 februari 2022 werd veroordeeld, relevant zijn voor de functie. De minister mocht de afwijzing baseren op het risico dat eiser alleen met cliënten komt te verkeren en de aard van de strafbare feiten, waaronder drugsdelicten, die niet verenigbaar zijn met de functie. De minister heeft ook voldoende gemotiveerd waarom het subjectieve criterium niet tot afgifte van de VOG leidde, mede vanwege de korte tijd sinds de veroordeling en de lopende proeftijd.
Eiser kon geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan een eerder verleende VOG, omdat die voor een andere functie en onder een ander screeningsprofiel was afgegeven en omdat de veroordeling toen nog niet onherroepelijk was. De rechtbank concludeerde dat de minister zorgvuldig en in redelijkheid heeft gehandeld en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van de VOG-aanvraag in stand blijft.