ECLI:NL:RVS:2013:1433
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag na zedendelict voor pakketbezorger
De staatssecretaris weigerde op 19 september 2011 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) vanwege eerdere veroordelingen voor ernstige zedendelicten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat er geen verband bestaat tussen zijn strafbare feiten en de functie van pakketbezorger, dat er geen gezagsrelatie is en dat hij altijd in tweetallen werkt, waardoor het risico nihil zou zijn. Ook stelde hij dat de belangenafweging onvoldoende was gemaakt, mede gezien zijn positieve gedragsverandering.
De Afdeling oordeelt dat het objectieve criterium voor weigering van de VOG is vervuld, omdat de aard van de functie toegang tot de persoonlijke leefomgeving van mensen geeft en het risico bij herhaling van zedendelicten reëel is. Het ontbreken van een gezagsrelatie en het werken in tweetallen sluiten het risico niet uit. De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt; de ernst van de feiten en de relatief korte tijd sinds de veroordeling wegen zwaarder dan het belang van appellant.
Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de weigering van de VOG bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de VOG bevestigd.