ECLI:NL:RBZWB:2023:7371
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting inkomsten op WW-uitkering en vaststelling dagloon
Eiser was vanaf 15 december 2021 werkzaam bij een werkgever en had een WW-uitkering aangevraagd vanaf 1 maart 2022. Het UWV heeft inkomsten uit werkzaamheden bij deze werkgever gekort op zijn WW-uitkering en teveel ontvangen uitkering teruggevorderd. Eiser stelde dat deze inkomsten niet gekort mochten worden omdat hij deze werkzaamheden al voor aanvang van zijn WW-uitkering verrichtte en dat het dagloon onjuist was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de inkomsten terecht heeft gekort op grond van artikel 47 van Pro de WW. De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat alleen inkomsten die in omvang toenemen mogen worden gekort. Ook is vastgesteld dat het dagloon juist is berekend op basis van correcte loongegevens, waaronder het loon uit het dienstverband bij de werkgever.
Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J. van Alphen en griffier S. Constant op 23 oktober 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de korting van inkomsten op zijn WW-uitkering wordt ongegrond verklaard en het dagloon is correct vastgesteld.