ECLI:NL:RBZWB:2023:7310
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslagen OZB gebruiker en reclamebelasting tijdens coronalockdown
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen onroerende-zaakbelasting (OZB) gebruiker en reclamebelasting opgelegd door de gemeente Baarle-Nassau voor het belastingjaar 2021. Hij voerde aan dat hij de onroerende zaak tijdens de coronalockdown niet gebruikte en dat de aanslagen onterecht aan hem als privépersoon waren opgelegd in plaats van aan de vennootschap onder firma (vof) die de winkel exploiteert.
De rechtbank oordeelde dat het begrip 'gebruik' in de OZB-wetgeving inhoudt dat de onroerende zaak ter bevrediging van eigen behoefte wordt bezeten, ook al was de winkel gesloten vanwege lockdownmaatregelen. Belanghebbende had de zaak bewust ter beschikking gehouden en beperkte het gebruik slechts door eigen keuze, waardoor hij als gebruiker kon worden aangemerkt. Daarnaast is een vof geen rechtspersoon en kan zij daarom niet als belastingplichtige worden beschouwd, waardoor de aanslagen terecht aan belanghebbende zijn opgelegd.
Ten aanzien van de reclamebelasting stelde belanghebbende dat hij geen profijt had gehad van de reclame tijdens de lockdown, maar de rechtbank bevestigde dat het een algemene belasting betreft waarvan de hoogte niet afhangt van het daadwerkelijke profijt. Verzoeken om kwijtschelding of vermindering van de aanslagen werden afgewezen omdat de heffingsambtenaar binnen zijn bevoegdheden handelde en er geen sprake was van strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en handhaafde de aanslagen, waarbij belanghebbende het griffierecht niet terugkreeg en geen proceskostenvergoeding ontving.
Uitkomst: De aanslagen onroerende-zaakbelasting gebruiker en reclamebelasting over 2021 worden gehandhaafd en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.